/Aristotl
Terug naar industrieën

Industrie

Opleiding en instructie voor uitzend- en interimkantoren

Eén werknemer, twee organisaties, één vloer

Een uitzendkracht heeft een werkgever en een werkplek, en dat is niet hetzelfde bedrijf. Bijna elk falen hier komt daarop terug. Het uitzendkantoor tekent het contract, betaalt het loon en draagt het merk. De klant beheerst het gebouw, de machines, de gang en het risico. Dus de instructie die de werknemer veilig houdt, moet gegeven worden waar het risico zit, door iemand die hem niet in dienst heeft, aan iemand die er misschien drie dagen is.

België: de gebruiker instrueert, het kantoor beheert de fiche

De Belgische wet is duidelijk over wie wat doet. Wet 24 juli 1987 art. 19: de gebruiker staat in voor de toepassing van de arbeidsbeschermingswetgeving op de plaats van het werk.

Codex Boek X, Titel 2 splitst dat verder uit. Onder X.2-11 geeft de gebruiker, of het aangeduide lid van de hiërarchische lijn, elke uitzendkracht de informatie over de risico's op de werkpost, de veiligheidsinstructies die specifiek zijn voor die werkpost, en een passende opleiding in lijn met Codex art. I.2-21. Instructie op de vloer is wettelijk het werk van de gebruiker, niet van het kantoor.

De verplichtingen van het uitzendkantoor liggen daaromheen. Onder X.2-3 bezorgt de gebruiker de vereiste beroepskwalificatie en de kenmerken van de werkpost voor de terbeschikkingstelling, en stelt hij de werkpostfiche op (model in bijlage X.2-1) voor elke werkpost of functie die onderworpen is aan verplicht gezondheidstoezicht. Niet voor elke opdracht: dat is de meest gemaakte fout in Belgische teksten over dit onderwerp. Onder X.2-4 en X.2-5 vult het uitzendkantoor de rubrieken C en D in, bewaart het een kopie, overhandigt het een kopie aan de uitzendkracht en legt het die op verzoek voor aan de inspectie.

X.2-17 levert het harde gevolg: zowel de gebruiker als het uitzendkantoor mogen geen uitzendkracht tewerkstellen op een werkpost waarvoor geen werkpostfiche is opgesteld en waarover de werknemer niet is ingelicht. Het gevolg om aan te halen is geen boete: de persoon mag niet werken.

Nederland: de keten loopt van inlener naar uitlener naar werknemer

Onder de Arbowet geldt de inlener als werkgever van de werknemer die bij hem is geplaatst, dus gelden de art. 8-plichten over voorlichting en onderricht ook voor de klant. Arbowet art. 5 lid 5 legt de doorgeleidingsplicht vast: wie werk laat verrichten door een werknemer die aan hem ter beschikking is gesteld, verstrekt aan de uitlener, tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden, de RI&E-beschrijving van de gevaren en de risicobeperkende maatregelen, zodat de uitlener die aan de betrokken werknemer bezorgt. De richting ligt vast: klant naar uitzendkantoor naar werknemer. Waadi art. 11 spiegelt dat vanuit de kant van het kantoor, met daarbij de vereiste beroepskwalificatie en de woorden voor de aanvang van de terbeschikkingstelling.

De CAO voor Uitzendkrachten 2026-2028, art. 19, herhaalt de plicht in de eigen collectieve overeenkomst van de sector: informeer de uitzendkracht voor het werk bij de klant begint over de vereiste kwalificaties en de mogelijke veiligheids- en gezondheidsrisico's, en over hoe daarmee om te gaan. Dat laatste stuk is wat mensen overslaan. Niet wat de risico's zijn. Hoe ermee om te gaan.

Waarom het net hier misloopt

Elke route eindigt in een verplichting die enkel iets oplevert als iets één persoon bereikt voor één eerste shift, over een overdracht tussen twee organisaties met verschillende systemen en verschillende planners.

In de praktijk komt het RI&E-uittreksel als een PDF per mail bij een planner, die het doorstuurt of opbergt. De werknemer krijgt vrijdagavond een link voor een start op maandag, in het Nederlands, naast het contract en het adres. Op maandag gaat de klant ervan uit dat het kantoor het geregeld heeft en gaat het kantoor ervan uit dat de klant het onthaal deed.

De Nederlandse Arbeidsinspectie Monitor arbeidsongevallen 2024, gepubliceerd op 2 oktober 2025, geeft de prijs aan. Bij de door de inspectie onderzochte ongevallen was 18 procent van de slachtoffers uitzendkracht, terwijl ze ongeveer 4 procent van de werkende bevolking uitmaken. In de industrie is dat bijna 25 procent van de slachtoffers tegenover naar schatting 8 procent van het personeelsbestand van die sector. Dat zijn onderzochte ongevallen, niet alle ongevallen.

Wat SNA zegt, wat VCU zegt

Twee certificeringen worden in aanbestedingen ingeroepen. Slechts één gaat hierover. Het SNA-keurmerk en NEN 4400-1 zijn fiscaal en administratief. Op zichzelf nuttig, en ze zeggen helemaal niets over veiligheidsinstructie. Als een klant SNA behandelt als bewijs dat je werknemers geïnstrueerd zijn, leest hij het verkeerd.

VCU wel. Niet wettelijk verplicht, een klanteneis, en het auditeert de eigen procedures van het uitzendkantoor voor de selectie, instructie, opvolging en evaluatie van de werknemers die het plaatst. Het certificaat loopt drie jaar met jaarlijkse audits, en de huidige checklist is VCU 2011/05. Daarnaast staat VIL-VCU, het persoonlijke diploma voor intercedenten en leidinggevenden in uitzendorganisaties, tien jaar geldig en daarna volledig opnieuw te examineren.

Wat een uitzendkantoor wel in de hand heeft

Je beheerst de vloer van de klant niet. Je beheerst vier dingen. Wat de werknemer weet voor hij aankomt: algemene veiligheidskennis, gebruik van PBM's, het recht om het werk stil te leggen, hoe je een bijna-ongeval meldt, en de inhoud van de werkpostfiche of het RI&E-uittreksel voor die opdracht. Of het aankwam in een taal die hij leest, want een Nederlandstalige PDF is geen instructie. Of je het kunt aantonen, per persoon en per opdracht, op de dag dat de inspectie, de VCU-auditor of de QHSE-manager van de klant het vraagt. En wat je intercedenten weten over de plaatsingen die ze doen, en dat is wat VCU onderzoekt.

Hoe Aristotl in de flow van een uitzendkantoor past

Aristotl zet om wat je al hebt, je veiligheidsinstructies, het sitereglement van de klant, de inhoud van de werkpostfiche, het RI&E-uittreksel, in cursussen van drie tot vijf minuten die een werknemer op zijn eigen telefoon afwerkt voor de eerste shift. Geen laptop en geen app-installatie, en dat telt wanneer een plaatsing op vrijdag bevestigd wordt voor maandag.

Elke cursus draagt een kennischeck, zodat een afronding bewijs is dat iets begrepen werd, niet dat een PDF geopend werd. Vertaling loopt per medewerker, zodat dezelfde klanteninstructie Nederlandstaligen, Polen en Roemenen tegelijk bereikt. Het dashboard toont afrondingen per klant, per rol en per versie, en exporteert, en dat is wat een QHSE-manager en een VCU-auditor willen.

Niets hiervan verschuift de wettelijke plicht weg van de gebruiker of de inlener. Het geeft je een manier om per persoon te tonen dat jouw kant van de keten in orde was, en het geeft de klant iets beters dan een aanname.

Bekijk het op één opdracht bij een klant

Neem één klant, één werkpost, één sitereglement. In een demo bouwen we de instructie voor die opdracht en tonen we je de registratie die je in handen zou hebben voor de werknemer de poort bereikt.

Zie het naast je eigen siteregels