/Aristotl
Terug naar industrieën

Industrie

Opleiding en instructie voor voedingsproductie

De vraag waarmee het opleidingsdeel van de audit begint

Halverwege de ochtend van een BRCGS- of IFS-audit zit de auditor op kantoor met een lijst namen die van de vloer komt. Geen steekproef uit je vaste operatoren: de mensen die ze gezien hebben. De uitzendkracht aan de uitpaklijn, de aannemer op het dak van de mengruimte, de seizoensmedewerker die maandag begonnen is.

De vraag is altijd een variant van dezelfde. Toon me dat ze opgeleid zijn, toon me wanneer, en toon me dat het gewerkt heeft.

Naam één en twee: de uitzendkracht en de aannemer

BRCGS Food Safety Issue 9, clausule 7.1.1: "All personnel, including agency-supplied staff, temporary staff and contractors shall be appropriately trained prior to commencing work and adequately supervised throughout their working period."

Voor de aanvang van het werk. Die clausule zet sites klem, want de uitzendkracht arriveert om 05:30 voor een shift die om 06:00 start en de opleider begint om 08:00. IFS Food versie 8 legt dezelfde lat in clausule 3.3.2: het programma dekt al het personeel inclusief seizoens- en tijdelijke werknemers en werknemers van externe bedrijven, opgeleid bij indiensttreding en voor de aanvang van het werk.

De meeste sites kunnen voor deze mensen wel iets voorleggen, meestal een getekend onthaalblad in een map in het portiershuisje. Wat ze moeilijk kunnen voorleggen, is dat blad voor de specifieke persoon die de auditor aanwees, gedateerd voor diens eerste shift, in een taal die die persoon leest.

Naam drie: de CCP-operator

BRCGS clausule 7.1.2 legt de lat hoger voor iedereen die met kritische controlepunten en beheersmaatregelen werkt. Hen opleiden volstaat niet. Er moet een gedocumenteerde competentiebeoordeling zijn.

Dat onderscheid is waar de audit vertraagt. Aanwezigheid toont dat iemand een sessie uitgezeten heeft. Competentie toont dat de site nagekeken heeft of de persoon de controle kan uitvoeren, het instrument kan aflezen, kan reageren op een afwijking en het kan registreren. Als je bewijs voor de operator van de metaaldetector een handtekening op een lijst van achttien maanden geleden is, heb je aanwezigheid, geen competentie.

De clausule die iedereen raakt: allergenen

BRCGS clausule 7.1.4 eist dat al het personeel opleiding krijgt over allergenenbewustzijn en over de allergenenprocedures van de site, en noemt technici, uitzendkrachten en aannemers uitdrukkelijk.

Het is de moeite om hier precies te zijn, want veel leveranciers zijn dat niet. Geen enkele Belgische of Nederlandse wet noemt allergenenopleiding als een op zichzelf staande verplichting. Ze wordt verplicht via drie wegen: de plicht dat informatie over niet-voorverpakte levensmiddelen correct is, de opleidingsverplichting in Verordening 852/2004, en, doorslaggevend voor een gecertificeerde site, BRCGS 7.1.4. Verordening 1169/2011 Bijlage II somt de 14 allergenen op waar dit allemaal over gaat.

Die framing is nuttiger voor een opleidingsplan dan een foute juridische claim, want ze vertelt je wie het nodig heeft: iedereen die kan besmetten, verkeerd etiketteren of verkeerd informeren, en dat is bijna iedereen op de site.

Hoe IFS wil dat je programma er op papier uitziet

IFS clausule 3.3.1 somt op wat een gedocumenteerd opleidingsprogramma moet bevatten: inhoud, frequentie, de taak van de werknemer, talen, een gekwalificeerde opleider en een evaluatie van de doeltreffendheid. Talen is een verplichte parameter, geen beleefdheid. Als je lijnploeg Pools, Roemeens en Portugees leest en je werkinstructies enkel in het Nederlands bestaan, voldoet je programma niet aan 3.3.1, hoe goed de inhoud ook is.

Clausule 3.3.3 definieert de registraties: een aanwezigheidslijst met handtekeningen, datum, duur, inhoud en de naam van de opleider, plus een gedocumenteerde procedure die de doeltreffendheid aantoont. Handtekeningen en doeltreffendheid zijn twee verschillende dingen, en een zaal vol handtekeningen toont het tweede niet aan.

Clausule 3.3.4 dekt de herziening en actualisering van de inhoud, met bijzondere aandacht voor voedselveiligheid, productauthenticiteit en voedselfraude, kwaliteit, food defence, wettelijke eisen, product- en proceswijzigingen, en feedback uit eerdere opleidingen. Verander het proces en de opleidingsinhoud valt binnen de scope.

Wat geen van beide normen zegt

Noch BRCGS noch IFS schrijft een vast opfrissingsinterval voor. Geen enkele clausule zegt dat opleiding jaarlijks herhaald moet worden. Sites krijgen regelmatig verplichte jaarlijkse opfrissingen verkocht die geen enkele norm eist. Wat er in de praktijk gebeurt, is dat de site haar eigen frequentie in haar eigen programma vastlegt en daaraan getoetst wordt. Een jaarcyclus die je over drie ploegen niet kunt waarmaken, is slechter dan een realistische die je wel haalt.

De wet onder het certificaat

Verordening (EG) 852/2004, Bijlage II, Hoofdstuk XII eist dat personen die met levensmiddelen omgaan onder toezicht staan en geïnstrueerd of opgeleid worden in voedselhygiëne in verhouding tot hun beroepsactiviteit, en dat wie verantwoordelijk is voor het opzetten en onderhouden van de HACCP-procedure een passende opleiding heeft gekregen in de toepassing van de HACCP-beginselen. Er wordt geen cursus, certificaat, duur of interval bepaald. Het is een resultaatsverbintenis, gekoppeld aan wat de persoon echt doet.

Hoofdstuk XIa over voedselveiligheidscultuur, ingevoegd door Verordening (EU) 2021/382, gaat verder: engagement van het management omvat het waarborgen van passende opleiding en toezicht, bewustzijn bij al het personeel van de gevaren en het belang van hygiëne, en open communicatie tussen alle medewerkers. Dat is het sterkste juridische anker om opleiding als een doorlopend systeem te behandelen, niet als een certificaat in een map.

In België zit dit in je autocontrolesysteem, dat elke exploitant moet opzetten onder het KB van 14 november 2003, eventueel met een door het FAVV goedgekeurde autocontrolegids. Het systeem hebben is verplicht; het laten valideren is vrijwillig en levert een verminderde jaarlijkse heffing en een lagere inspectiefrequentie op. In Nederland loopt de HACCP-verplichting via 852/2004 en het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen, en is een hygiënecode een sectorplan dat door de NVWA is goedgekeurd en dat een bedrijf mag gebruiken maar niet moet. Er bestaat geen nationaal verplicht hygiënediploma voor gewone voedselverwerkers.

Wat Aristotl in handen van de auditor legt

Aristotl neemt de documenten die je site al onderhoudt, de hygiëneregels, de allergenenprocedure, de CCP-werkinstructies, de onthaalchecklist, en zet ze om in cursussen van drie tot vijf minuten die een lijnoperator op zijn eigen telefoon afwerkt voor de shift. Geen laptop, geen app-installatie.

Elke cursus draagt een kennischeck, wat je iets geeft om naar te wijzen wanneer 3.3.3 bewijs van doeltreffendheid vraagt in plaats van aanwezigheid. Voor wie met CCP's en beheersmaatregelen werkt, vraagt 7.1.2 daarbovenop een gedocumenteerde competentiebeoordeling, en dat is een aparte oefening op de lijn. Inhoud wordt per medewerker vertaald, het praktische antwoord op de parameter talen in 3.3.1. De uitzendkracht van 05:30 werkt de basis allergenen en hygiëne af voor de lijn start, het praktische antwoord op voor de aanvang van het werk.

Het dashboard toont afrondingen per site, per rol en per versie, en exporteert. Wanneer de auditor drie namen noemt, filter je op die drie.

Probeer het op je allergenenprocedure

Stuur ons je allergenenprocedure en onthaalchecklist. In een demo zetten we ze om in cursussen voor je lijnen en tonen we je de registratie die je voor een auditor zou leggen.

Zie het naast je eigen siteregels